The Northland Forests

    Dag 6 t/m dag 10. Kilometer 101 t/m 221

    Via de verhalen in de Te Araroa Facebook-communities en de trailnotes wisten we dat de Northland Forests een uitdaging zouden worden: steile stukken zowel berg op en af, kans op verdwalen en kniediep door de modder baggeren. Ook al lees je de verhalen en bekijk je de foto’s en video’s van bijvoorbeeld Raetea forest, toch denk je: “Och, het heeft niet geregend, het zal wel droog zijn als wij daar zijn!” Of, “Hoe erg kan het zijn?” Totdat je letterlijk met je poten in de modder staat, bijna een afgrond in glijdt en je je met een onmogelijke split en wat hulp van een mede-TA’er net kunt redden. Of struikelt over een gladde boomstronk, je ineens languit op de grond ligt – gelukkig niet in de modder – dan nog een klap na krijgt van een zware backpack en je gezicht nog eens extra op de grond klapt. Klinkt fantastisch niet waar? Maar… Als je 90 mile beach en de Northland Forests goed door weet te komen, dan heb je je sterk genoeg bewezen voor de rest van de trail…Zegt men! Te Araroa you’ve gotta learn to love it!

    In de trailnotes stond dat we vanaf Ahipara een lift van een local konden krijgen tot aan het begin van de Herekino forest track. Wij zijn niet zulke puristen die elke kilometer móeten lopen, het is prima om bepaalde secties te liften of een bus, auto of trein te nemen. Toen we tijdens onze rustdag een aantal andere hikers opgepikt zagen worden door een local, Bruce, schoot ik hem direct aan om te vragen of hij ons de volgende ochtend ook een lift kon geven naar het begin van de eerste sectie. ’s Morgens vroeg 9 kilometer over de weg lopen en je daarna nog een weg ploeteren door het bos klonk niet aanlokkelijk. Gelukkig kon Bruce en spraken we af om de volgende dag om half 10 te vertrekken. Tijdens 90 mile beach raakten we al aan de praat met mede-TA’er Kate, aangekomen in Ahipara besloten we samen door de Northlands forests trekken. Samen zie je meer dan met één paar ogen…

    20161031-0850-0060184

    Herekino Forest

    Iets voor half 10 waren we op weg naar Herekino saddle. Onderweg zagen we TA’er Sam lopen, dus hup.. Hij ook de auto in. Bruce zette ons in de the middle of nowhere af. En de tweede sectie van de trail ging van start. De eerste meters in het bos zette direct de toon met kuitenkillers. Na behoorlijk wat hoogtemeters kwamen we de eerste gevreesde modderplassen tegen. Al glibberend en glijend baanden wij ons met z’n vieren een weg door de Herekino forest.

    Na een hele dag een weg door het bos vechten, was het einde van Herekino bijna in zicht. Met een mooi uitzicht over rollende heuvels en koeien namen we even pauze. Van eerdere hikers hadden we gehoord dat er een aantal kilometers – op kilometermarker 125,5 – na het bos een klein stukje gras was waar we onze tent zouden kunnen opzetten. Een ‘klein stukje’ was geen understatement. De kampeerspot was superklein, te klein voor 3 tenten. Er waren echter geen andere mogelijkheden. Daarnaast zaten we tegen zonsondergang aan. Met wat passen, meten en puzzelen hebben we 3 tenten naast elkaar weten te plaatsen: “The smallest campsite ever”, aldus Kate – en konden we beginnen aan de standaard routine van tent inrichten en koken. Net na zonsondergang was het hiker-bedtime op onze eerste freecamp-spot 🙂

    20161030-1121-0060175
    20161030-1720-0060180

    20161031-1240-0060189
    20161030-1725-0060183

    Raetea Forest

    Omdat we de volgende dag een flinke zware tocht voor de boeg hadden, stonden we vroeg op. We kwamen alleen langzaam opgang, omdat de tenten zeiknat waren door de condensatie en door het hoge gras waar we in stonden. We namen nog even de tijd om de zon een kans te geven om de tenten te drogen. Uit noodzaak en ongeduld pakten we na 30 minuten toch maar de tenten in om te vertrekken, zodat we van start konden gaan met – wat alom bekend staat als – het meest modderige en uitdagende bos: Raetea Forest.

    De eerste kilometers waren helaas weer over een gravelpad. Een prachtig uitzicht, maar het kostte teveel tijd – waar we uit onwetendheid geen rekening mee hadden gehouden – voordat we bij het begin van Raetea waren. Rond 11 uur kwamen we bij het bos aan. Volgens de DOC – Department of Conservation – is er 8 uur uitgerekend voor de Reatea track. De DOC tijden zijn vaak overschat, dus alle seinen stonden op groen om door te gaan en diezelfde dag het bos nog te overwinnen. Niets bleek minder waar.

    20161101-0914-0060197

    Je denkt te weten wat je te wachten staat. Echter, niemand kan je voorbereiden op hoe het daadwerkelijk is, wat het zowel lichamelijk als geestelijk inhoudt en de intensiteit van al die emoties die door je heen gaan. Evenals op het strand, maak je in dichtbegroeide modderige bossen en steile heuvels weinig meters. Elke kilometer die je denkt te lopen, is in werkelijkheid minder. Wat betekent dat elke kilometer minstens een half uur duurt: 1 stap vooruit, 2 stappen terug. Tergend langzaam!

    Raetea is heuvel op, heuvel af door enkeldiepe modder, zo plakkerig dat het vacuüm zuigt. Omdat je niet teveel onder de modder wilt zitten of wilt vallen, beweeg je je met uiterste concentratie en voorzichtigheid, wat de snelheid ook niet ten goede komt.

    De track zou maar 8 uur duren, 13 uur later waren we nog steeds niet bij het einde van de trail. Wij moesten en zouden uit het bos komen, het werd echter al donker. Hoofdlampen op en gaan. Dat was niet makkelijk, vooral als je al helemaal uitgeput bent en slecht kunt zien. We kregen steeds meer het gevoel dat we het einde van het bos niet gingen halen. In het dichtbegroeide bos met overal modder zagen we nergens een kans om de tenten op te zetten. Een uur na zonsondergang kwamen we een goede plek tegen waar we 3 tenten neer konden zetten. Redelijk snel hakten we de knoop door, het was immers te link om door te gaan. Vermoeid en in sneltreinvaart hebben we het kamp opgezet om de volgende dag met frisse moed het bos achter ons te kunnen laten.

    Midden in het bos slapen staat gelijk aan zeer vroeg wakker worden. Met vogels direct naast je tent die los gaan vanaf zonsopkomst, waren we al weer vroeg van de partij. Een paar kilometer na het bos zou er een Dairy – winkeltje met etenswaren – moeten zijn. Een bekende spot voor hikers om wel verdiende snacks en broodjes te kopen na de 2 zware bostochten. Met dat in het vooruitzicht – en het grootste deel van het bos achter de rug – gingen we snel van start.

    Al snel werd het ons duidelijk dat we de voorgaande avond een slimme beslissing hebben gemaakt, want het kostte nog zeker 2 uur om het bos uit te komen. Met het horror-bos achter ons, konden we eindelijk genieten van een welverdiende pre-lunch met een prachtig uitzicht .

    20161101-1019-0060199

    Na de lunch hebben we nog een goede 16km gelopen naar de campsite Apple Dam. Het is 1km off track, maar het was fijn om daar zowel de tent op te zetten en ons te kunnen wassen in de stream. Sam had helaas besloten een extra rustdag te nemen in Apple Dam camp, zelfs onze puppydog eyes kon hem niet overhalen om mee te gaan. Zonder hem zetten we de tocht (toch nog) met z’n vieren voort, want Max uit Duitsland sloot zich bij ons groepje aan.

    De weg naar Apple Dam Camp
    De weg naar Apple Dam Camp

    Omahuta Forest Track

    20161102-0920-0060214

    Voor de volgende dag stond Omahuta Forest track op de planning: het eerste gedeelte van Omahuta bestaat uit 2,5 kilometer door de Mangapukahukahu rivier waden. Het was een warme dag en het had enkele dagen niet geregend. Niets is erger dan extra nat en koud door een rivier lopen. Overigens, is het achteraf geen pretje om met natte koude voeten, sokken en schoenen te lopen…vooral als je al blaren hebt: rauwe, witte oma-tenen. Maar het was een mooi stuk wandelen door de rivier, één van de gaafste tochten.

    omahuta river
    20161102-0904-0060204

    Het bos-gedeelte daarna was vreselijk: steil, super gladde smalle paden en bijna geen mogelijkheden om je vast te houden. Om eerlijk te zijn, sommige secties zijn echt gevaarlijk.

    Je moet niet alleen een goede conditie hebben, maar hike- en klimervaring is geen overbodige luxe. Een vereiste zelfs. Geen moment kun je je aandacht verslappen, elke misstap kan fataal zijn door de steile afgronden of je kunt je lelijk bezeren.

    Mijn lengte – of het gebrek hieraan – is soms een beperkende factor, vooral als ik moet klimmen. Het kost soms veel moeite om mij goed vast te kunnen houden of met mijn voeten houvast te vinden. Het gebrek aan bereik, moet ik compenseren met kracht en flexibiliteit. Dat heeft mij zelfs gered op een bepaald punt. Ik kon de overkant niet bereiken en de afgrond was op 20cm naast mij. Mijn stok gleed weg en kon mij net met een hand vasthouden. Uit alle macht moest ik met mijn voet naar een steen beneden mij reiken voor houvast. In een onmogelijke splithouding en met een arm van Kate bereikte ik de overkant. Het angstzweet gutste uit alle mogelijke poriën. Als ik niet zo lenig was geweest of als Kate daar niet had gestaan, had het verkeerd afgelopen kunnen hebben. Thank God voor reddende engelen.

    20161102-1758-0060221

    Omahuta duurde oneindig lang. Gelukkig hadden we aan het einde van de dag een campsite met koudwater douche in Puketi Forest Hut. En kwamen we redelijk vroeg in de middag aan, zodat er voldoende tijd was om relaxed camp op te zetten, te wassen en eten te maken. De wetenschap dat we de volgende dag in het stadje Kerikeri zouden slapen, zorgde tijdens het eten al voor speculaties over wat we gingen eten in Kerikeri. Unaniem werd er gekozen voor pizza 🙂

    Mangakaretu to Kerikeri

    20+ km-dagen zijn eerder regel dan uitzondering. Ook de weg naar Kerikeri was een 23km-dag en ging voornamelijk over farmland en wegen. Een easy dagje, ook al is over de weg lopen altijd vreselijk pijnlijk voor de voeten en knieën.

    20161103-0847-0060222

    20161103-0849-0060223

    Het werd alleen nog even spannend toen we uiteindelijk de farmlands over gingen, omdat de boeren hun vee niet verplaatsen voor de TA-trail. Dat houdt in dat je tussen de schapen en koeien/stieren door moet lopen. Schapen zijn prima om doorheen te banjeren, die zijn zo bang dat ze al wegrennen als ze je vanaf een afstand zien aankomen. Jonge stieren daarentegen zijn nieuwsgierig en enigszins bedreigend. Het moment dat we tussen de stieren doorliepen, werden we direct omringd door een 50-tal van die briezende viervoeters. Elke stap die we zetten, renden ze voor ons uit om vervolgens weer een rij te vormen. Enkele meters verderop kwamen we nog een groep stieren tegen, die om ons heen renden – vergelijkbaar met de stereotype Wild Western films waarbij de Indianen al schreeuwend om hun ‘prooi’ rijden. Kate genoot van de thrill en actie. Ik was minder enthousiast, en werd niet happy van briezende stieren die aanval-bewegingen maakten. Ik wist dus niet hoe snel ik over het eerste hek moest klimmen dat ik tegenkwam. Nee, geen pretje. Het vervolg van de weg was minder hartslagverhogend – hoewel de pas zat er goed in, maar dat is een andere vorm van adrenaline én minder eng.

    img_1081

    Een intensieve trail en weinig variatie in voeding, stimuleert en vergroot het verlangen naar eten. Eten wordt zo niet het belangrijkste (moment) van de trail. Door de dagelijkse inspanning heb je nog meer honger dan normaal en op een gegeven moment kun je de hele dag door eten zonder dat satisfying hongerstillende gevoel te hebben. Ook wel ‘hiker hunger’ genoemd. Zo is vers fruit één van de dingen die je echt mist. We hadden het dus ook over wat voor fruit we zouden kopen als we in Kerikeri inkopen zouden doen. En op de een of andere manier, heb ik elke keer zo’n behoefte aan sinaasappels. Het was dan ook een aangename verrassing dat er bij de volgende farmland crossing speciaal voor Te Araroa-hikers een zak met fruit hing vol met mandarijnen en sinaasappels zo groot als 2 vuisten. Dat was een goed moment om even uit te blazen en te genieten van vers fruit. Veel dank TA-boer!

    20161103-1159-1089

    Rond 15:00 kwamen we in Kerikeri aan. Dat is het grote voordeel van vroeg starten: je bent dan ook bijtijds in camp of in de stad, zodat je voldoende tijd hebt om uit te rusten en dingen te regelen. Nadat we waren gesetteld in Kerikeri Holiday park – we deelden een studio motel met z’n 4’en – belde ik meteen het Black Olive restaurant om een plekje te reserveren waar mega-pizza’s op ons wachtten. Onze ogen waren groter dan de maagjes, we hadden dan ook een hele pizza te delen als ontbijt – de dingen die je doet op de trail 🙂

    Als TA’er – met je grote backpack, wandelstokken en hikekleding – ben je toch vaak een attractie: mensen vinden je ‘insane’ of vinden je ‘totally awesome’. Locals die langsrijden, toeteren en hun duim uit het raam steken, mensen op straat die je aanstaren, maar ook mensen die je aanspreken omdat ze nieuwsgierig zijn. We krijgen veel leuke reacties. Een oude dame – die enkele secties heeft gehiked – sprak mij aan over de trail en sloot af met de mededeling dat ze ‘trots op mij – vrouwzijnde – is’ dat ik al zo ver was gekomen. Een andere uitspraak die we vaak horen is “Good on ye(s – de s voor meervoud)”, oftewel “Goed bezig!” De reactie van een van de medewerksters van het Black Olive restaurant haalde onze ‘highlight diary’ – we houden allen een dagboek bij met highlights van de trail en uitspraken van elkaar en anderen: “Oh, you must be fit as cookies!” Al gierend van pret hebben we deze uitspraak nog veel herhaald onderling…Te Araroa, we hebben er een haat-liefde verhouding mee. Never a dull moment!

    20161103-1438-0060226

    Zero-day in Kerikeri

    Na 6 dagen lopen hadden we wel een rustdag in Kerikeri verdiend. Rustdagen zijn alleen niet echte rustdagen, omdat je veel andere taakjes hebt. Echter, hebben we in Kerikeri wel genoten van een pizza-ontbijt en lunch in café Zest. Helaas moesten we ook eten inkopen voor de volgende dagen. Hoewel het inkopen doen en de voedselpakketjes maken steeds sneller gaat, omdat je hierin ook een routine vindt, is het nog steeds een tijdrovend taakje. Met resupply en inpakken achter de rug was het tijd voor onze communal dinner: een mega-salade met brood, fruit en hummus. Yup, het was een gezellige dag zo samen.

    kerikeri

    Na de Northland Forests kan ik hartgrondig zeggen dat ik geen fan ben van de New Zealand forests…Ja, ik ben een bos-meisje maar deze bossen zijn zo anders dan je gewend bent: dichtbegroeide bos met prikkelstruiken, modder en dan niet een klein beetje, steil de berg op en af, donker én haast onbegaanbaar. Het was een mooie ervaring en ik word er sterker van, maar ik kijk stiekem reikhalzend uit naar de secties die ik écht leuk vind: Whanganui river die we per kajak gaan doen, Tongariro, Wellington en het zuidereiland.

    Reacties